Het maximum pensioengevend salaris is sinds 2024 bevroren op € 137.800. Het nieuwe kabinet heeft aangekondigd deze bevriezing na dit jaar nog zes jaar voort te zetten. De maatregel beperkt de fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw voor hogere inkomens.
.jpg)
Het maximum pensioengevend salaris is in 2015 ingevoerd. Het had als doel om de fiscale kosten te beperken en zo de solidariteit te vergroten.
De grens werd sindsdien jaarlijks geïndexeerd op basis van de loonontwikkeling. In 2024 is de indexatie stopgezet. Het nieuwe kabinet heeft aangekondigd dat de bevriezing met zes jaar wordt verlengd.
Medewerkers met een inkomen boven € 137.800, vaak medewerkers op sleutelposities binnen uw bedrijf, bouwen de komende jaren fors minder pensioen op in vergelijking tot de situatie waarin jaarlijkse indexatie wél zou plaatsvinden. Want waar het gemaximeerde salaris hetzelfde blijft, indexeert de AOW-franchise wél. De achterstand wordt daardoor groter.
Onderstaand voorbeeld laat zien hoe het verschil in pensioenpremie oploopt wanneer het maximum pensioengevend salaris niet meer wordt geïndexeerd.
Hogere-inkomensgroepen krijgen te maken met een aanzienlijke vermindering van hun pensioenopbouw. Over negen jaar, met een indexatie van 3% kan dit oplopen tot een kleine € 40.000 aan gederfde premie-inleg.
Maar het heeft niet alleen gevolgen voor de pensioenopbouw. Ook het partner- en wezenpensioen indexeren niet meer mee met het salaris. Het risico van een flinke inkomensterugval wordt daarmee niet alleen bij pensionering groter, maar ook in geval van overlijden tijdens het dienstverband
Tegelijkertijd met de introductie van de maximale pensioenopbouw, bood de fiscus de medewerkers alternatieven. Het netto pensioen (via de werkgever) en de netto lijfrente (individueel) zorgen voor opbouw van pensioen en treffen tevens een voorziening voor de nabestaanden. De medewerker betaalt de premies hiervoor uit het netto-inkomen. Het ingelegde kapitaal is echter vrijgesteld van box 3-heffing.
Het animo hiervoor is beperkt. Er zijn weinig aanbieders en werkgevers zitten vaak niet te wachten op de extra administratieve lasten.
In 2015 kozen met name werkgevers in sectoren met gemiddeld hogere lonen dan ook voor compensatie via het loon. Het is billijk om te stellen dat, nu bepaald is dat de afvlakking van de pensioenopbouw nog zeker zes jaar voortduurt, het compensatievraagstuk opnieuw op tafel komt.
We kunnen niet anders concluderen dan dat we ook nu te maken hebben met een verdere verschraling van het pensioendossier. Ditmaal wordt een beperkte groep medewerkers geraakt. Maar we sluiten niet uit dat politiek Den Haag op enig moment besluit om het maximum pensioengevend salaris gelijk te stellen aan het maximum dagloon. En dan is de groep opeens een stuk groter.
De maatregel om de pensioenopbouw voor hogere inkomens blijvend te beperken, heeft niet kunnen rekenen op veel aandacht in de media. De kans is dan ook aanwezig dat uw medewerkers hiervan nog niet op de hoogte zijn. Informeer hen dan ook op tijd.