Op 1 juli 2025 is de Wet toekomst pensioenen (WTP) alweer twee jaar oud. Dit betekent dat ook het einde van de overgangsperiode in zicht komt. De overgangsperiode eindigt vooralsnog op 1 januari 2028. Per deze datum dienen alle pensioenregelingen aan de WTP te zijn aangepast. Ook uw pensioenregeling.

De meeste grotere pensioenfondsen lijken goed op gang te zijn en geven aan zich te richten op 1 januari 2026. De grootste zorg gaat uit naar werkgevers die niet zijn aangesloten bij een pensioenfonds, maar hun pensioenregeling hebben ondergebracht bij een pensioenverzekeraar of premiepensioeninstelling (ppi). Deze zorg wordt publiekelijk uitgesproken door de DNB, de AFM en andere betrokken organisaties. De praktijk wijst inderdaad uit dat veel van deze werkgevers hun pensioenregeling nog niet hebben aangepast.
Is deze zorg terecht? Daar begint het inmiddels wel op te lijken!
Veel werkgevers zijn nog niet begonnen met de daadwerkelijke transitie. Verontrustender echter is dat veel werkgevers ook nog niet over een plan van aanpak beschikken. Dat is op zijn minst toch erg opmerkelijk en wel om meerdere redenen:
Het ‘WTP-proof’ maken van de eigen pensioenregeling leidt tot hogere lasten. Deze hogere lasten zijn bijvoorbeeld terug te vinden in de vorm van hogere risicopremies voor het verzekerd nabestaandenpensioen.
Afhankelijk van het gekozen scenario (eerbiedigende werking of harmonisatie) dient ook rekening te worden gehouden met (aanzienlijk) hogere lasten met betrekking tot het onderdeel opbouw ouderdomspensioen.
Daarnaast zijn er hogere lasten te verwachten voor de begeleiding van de betrokken medewerkers in de vorm van pensioencommunicatie en keuzebegeleiding. Daarbij moet onderscheid gemaakt worden tussen transitie- en doorlopende communicatie. Transitiecommunicatie is gericht op het begeleiden van de medewerkers van de ‘oude’ naar de ‘nieuwe’ regeling. Deze kosten zijn als eenmalig te budgetteren, dit in tegenstelling tot de kosten van de doorlopende communicatie. Deze communicatie is erop gericht om de medewerkers doorlopend te begeleiden in de voor hen best passende keuzes binnen de pensioenregeling.
Alles bij elkaar opgeteld kan de financiële impact groot zijn. Het is zeer waarschijnlijk dat op enig moment (bijvoorbeeld) de RvC en/of de achterliggende Private Equity organisatie de werkgever de vraag stelt wat het eigen ‘WTP-transitieplan van aanpak’ is en of op directieniveau de financiële impact van de ‘WTP-transitie’ inmiddels bekend is. Als in deze fase van de overgangsperiode de betreffende werkgever het bestaan van een dergelijk plan moet ontkennen en het antwoord schuldig moet blijven over het geïnformeerd zijn over de financiële impact, dan heeft deze werkgever een serieus probleem.
Alhoewel gebaseerd op dringende wetgeving, komt aan de OR-instemmingsrecht toe. Het ‘WTP-proof’ maken van de pensioenregeling leidt immers tot een gewijzigde pensioentoezegging. Aan het verkrijgen van instemming hangt al snel een tijdsbestek van minimaal zes tot acht weken.
De praktijk leert dat een snelle instemming van de OR niet vanzelfsprekend is. Een discussie over de hoogte van de aan te houden vaste percentages opbouw ouderdomspensioen en verzekerd nabestaandenpensioen of de vormgeving van een eventuele compensatiemaatregel is niet onwaarschijnlijk.
Houd in de projectplanning ook rekening met het verkrijgen van instemming van de individuele medewerkers. Ook aan het verkrijgen van deze instemming hangt al snel eenzelfde tijdsbestek van zes tot acht weken.
Samenvattend: de tijd begint te dringen; het beschikken over een ‘WTP-transitieplan van aanpak’ en het daarmee aan de slag gaan is een keiharde noodzaak!
Op elk bureau van pensioenadviseurs en -uitvoerders is het inmiddels behoorlijk druk. Het ‘WTP-proof’ maken van de pensioenregeling is niet alleen instemmingsplichtig, maar er geldt ook een verplichting om advies in te winnen van een gecertificeerd pensioenadviseur. En nu is het zo dat de vergelijking tussen enerzijds het aantal aan te passen pensioenregelingen en anderzijds de adviescapaciteit aan de kant van pensioenadviseurs een ‘scheve balans’ oplevert. En houd er ook rekening mee dat pensioenuitvoerders uiteindelijk niet meer in de gelegenheid zullen zijn om op adequate wijze pensioenvoorstellen, reglementen en contracten aan te leveren.
Het zal u niet bevreemden dat wij pleiten voor het op de kortst mogelijke termijn starten met het project ‘Impact Wet toekomst pensioenen op eigen pensioengebouw’. Maak een gedegen plan waar alle betrokken stakeholders hun vertrouwen op een soepel en tijdig te doorlopen proces aan kunnen ontlenen. Binnen een dergelijk plan is het geïnformeerd worden over de financiële impact ‘stap 1’.
Wij wensen u een succesvol project ‘Impact Wet toekomst pensioenen op eigen pensioengebouw’ toe.